25779BOL36.02 - Combi Sociaal Werk/Maatschappelijke Zorg - 2026
Algemene informatie opleiding
Het unieke aan de combinatieopleiding Sociaal Werk en Maatschappelijke zorg is dat je pas na 2 jaar het gewenste uitstroomprofiel kiest en welk niveau het beste bij je past. Hier kom je, samen met je studiegenoten, stage-ervaringen en studiecoaches achter tijdens de verschillende onderwijsactiviteiten. In een duidelijk gestructureerde opzet, waarbij je zoveel mogelijk in hetzelfde lokaal les krijgt op dezelfde tijden, wordt er stevig gewerkt vanuit de relatie. Met duidelijke lestijden en een klein gezelschap van studiecoaches zijn de lijnen kort en is de structuur erg duidelijk en daarmee ideaal om er-op-af te gaan, te ontdekken en te ervaren. Het is de manier om je optimaal te ontwikkelen in wie je bent en wat je wilt!
In het eerste jaar staat ‘oriëntatie’ op het programma. Je leert aan de hand van grote en minder grote opdrachten wat en hoe het is om met mensen te werken. Hoe verhoud jij je ten opzichte van mensen en hoe verhouden zij zich tot elkaar? Om dat goed te kunnen, moet je ook goed weten wie je zelf bent.
In het tweede jaar ga je samen met je studiegenoten, je stage en studiecoaches op zoek naar alle verschillende mogelijkheden waar jij straks kan gaan werken. Je gaat de breedte én de diepte in met betrekking tot doelgroepen, theorie en praktisch handelen. Aan het eind van het tweede leerjaar weet je welk uitstroomprofiel én niveau passend voor je is. De mogelijke uitstroomprofielen zijn Sociaal Werk, Maatschappelijke Zorg niveau 3 én niveau 4.
Er ligt een gedegen onderwijsprogramma en er is ruimte voor eigen inbreng en inzichten. Samen geven we vorm aan het onderwijs waar behoefte aan is.
Versie
1
Introductie
Beste student,
In deze onderwijs- en examenregeling (OER) vind je informatie over de opleiding waar jij voor gekozen hebt. Je leest hierin meer over:
-
Hoe is de opleiding opgebouwd?
-
Wat leer je tijdens de opleiding?
-
Hoe ziet de afsluiting eruit?
-
Wanneer krijg je je diploma?
-
Met welke regelingen heb je te maken bij Summa?
Voor vragen over deze OER kun je terecht bij je studiecoach. We helpen je graag om je talenten te ontwikkelen.
Veel succes tijdens je opleiding!
1. Hoe is de opleiding opgebouwd?
1.1 Het kwalificatiedossier en keuzedelen
Elke mbo-opleiding is gebaseerd op een kwalificatiedossier. Jouw opleiding bestaat uit verschillende onderdelen:
-
De gemeenschappelijke basis met beroepsgerichte en generieke (algemene) onderdelen
-
Eén profieldeel (= de kwalificatie)
-
Een aantal keuzedelen
In het kwalificatiedossier kun je meer informatie vinden over het basisdeel (beroepsgericht en generiek) en over het profieldeel dat hoort bij jouw opleiding.
Dit zijn de kerntaken en werkprocessen die bij jouw opleiding horen:
1.2 Werken met leerarrangementen en cursussen
Jouw onderwijsprogramma bestaat uit leerarrangementen, een leerarrangement uit meerdere cursussen en een cursus uit leeractiviteiten. Bij elke cursus horen leeruitkomsten.
Als je de leeruitkomsten aantoont krijg je studiepunten. Hierover lees je meer in het hoofdstuk over studiepunten.
Elke cursus wordt afgerond of afgesloten. Afronding is ontwikkelingsgericht; jij en jouw docenten en studiecoach weten wat je al hebt laten zien en waarin je je nog kunt ontwikkelen. Afsluiting is kwalificerend, dat wil zeggen dat het resultaat meetelt bij het nemen van de diplomabeslissing.
Een cursus kan meerdere startmomenten per schooljaar hebben. Elk schooljaar bestaat uit 4 periodes van 10 weken.
1.3 Studiecoaching
Iedere student van Summa heeft een studiecoach en maakt deel uit van een (stam)groep waarmee je regelmatig contact hebt. De studiecoach ondersteunt je bij jouw persoonlijke ontwikkelproces. Je wordt begeleid in het maken van keuzes en we volgen je voortgang. Dit leggen we vast. Jouw studievoortgang is inzichtelijk voor jou, je docenten en studiecoach.
2.Wat leer je tijdens de opleiding?
2.1 Wat houdt het beroep in?
Wat is sociaal werk?
Sociaal werk is een verzamelbegrip voor verschillende disciplines, rollen en functies. Sociaal werkers kunnen werken als kinder- en jongerenwerk, schuldhulpverlener, opbouw-/buurtwerker, ouderenadviseur, sociaal raadslid, in de maatschappelijke opvang, als maatschappelijk werker, in de peuteropvang of het vluchtelingenwerk. Maar ze werken ook in bedrijven of als buurtteamwerker. Sociaal werk is een laagdrempelige basisvoorziening die wordt ingezet op positieve gezondheid te bevorderen en om de sociale en mentale veerkracht van burgers te versterken. Met een goed gesprek of een activiteit, richt het sociaal werk zich op de gemeenschapszin, verbinding met anderen, meedoen en normaliseren.
‘Sociaal werk is een op de praktijk gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve sociale verantwoordelijkheid en respect voor vormen van diversiteit staan centraal in het sociaal werk.Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale- en menswetenschappen en inheemse of lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.’ (Bron: IFSW).
Wat is maatschappelijke zorg?
Persoonlijk begeleiders in de maatschappelijke zorg kunnen werkzaam zijn in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg, psychiatrie of de maatschappelijke opvang. De persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg richt zich (afhankelijk van de behoeften, mogelijkheden, kracht en leefsituatie van de cliënt) op herstel, behoud of ontwikkeling van de eigen regie, zelfredzaamheid, zelfstandig functioneren, maatschappelijke participatie, rehabilitatie en/of preventie en het welbevinden (kwaliteit van leven).
Hij/zij kan daarbij een balans vinden in wat de cliënt zelf kan en wat aan ondersteuning nodig is. De persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg ondersteunt cliënten zowel individueel als in groepsverband en doet dat in afstemming en samenwerking met de cliënt en betrekt de omgeving. Hij/zij doet zijn/haar werk dan ook in voortdurende dialoog met de cliënt en naastbetrokkenen. Hij/zij moet kunnen omgaan met spanningen en verschillen tussen de wensen, mogelijkheden, normen en waarden van de cliënt en naastbetrokkenen. De insteek is steeds om wat goed is voor de cliënt en wat die wil en kan, te verenigen met de inbreng van naastbetrokkenen en met de mogelijkheden die hij/zij als persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg heeft. De persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg is initiatiefrijk, creatief en weet van aanpakken. Dit betekent dat hij/zij kansen ziet en deze kansen kan oppakken, en dat hij/zij creatieve oplossingen weet te bedenken voor nieuwe vraagstukken, ook in zeer complexe en weinig stabiele situaties. Hij/zij gaat professioneel om met zijn/haar gevoelens en emoties bij weerstand, tegenslag en moeilijke situaties. Hij/zij treedt creatief en handelend op in onverwachte, mogelijk escalerende situaties en brengt daarbij zijn/haar mogelijkheden en grenzen duidelijk naar voren. De persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg heeft een helikopterview, voert regie over de processen rond de uitvoering van het ondersteuningsplan en coördineert werkzaamheden van verschillende collega’s, activiteiten rond de regie over het leven van de cliënt en activiteiten met een groep cliënten. Hij/zij heeft een begeleidende rol voor (nieuwe) collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers en geeft hen feedback. Hij/zij heeft een stimulerende en ondersteunende rol voor naastbetrokkenen. Verder draagt hij/zij zorg voor continuïteit van de uitvoering van organisatiegebonden taken en een goede afstemming met deskundigen vanuit andere disciplines.
2.2 Wat houdt de opleiding in?
2.2.1 Onderwijsprogramma
In dit schema zie je de cursussen die horen bij jouw opleiding.
2.1 Blokkenschema
| cursuscode | cursustitel | studiepunten | totalecursusduur | plaats |
| CURS1896 | K1189 Positieve gezondheid in de praktijk | 9 | 20 weken | School |
| CURS1900 | K1205 Embrace Tec | 18 | 20 weken | School |
| CURS2224 | K0118 Verzorgende en verpleegtechnische handelingen | 9 | 20 weken | |
| CURS2225 | K1146 Personen met verward gedrag | 9 | 20 weken | |
| CURS2229 | K0877 Persoonlijk profileren | 9 | 20 weken | |
| CURS2255 | K1505 Jongerenwerk | 9 | 20 weken | School en BPV |
| CURS2258 | K0230 Bewegen in de buurt | 9 | 20 weken | |
| CURS2259 | K1504 Jeugd en opvoedhulp | 27 | 40 weken | School en BPV |
| CURS2260 | K1492 Duurzaam handelen in de beroepspraktijk geschikt voor niveau 4 | 9 | 20 weken | School en BPV |
| CURS2261 | K1228 Bestaans(on)zekerheid en mensenrechten | 9 | 20 weken | |
| CURS2262 | K0116 Verdieping sociale zekerheid | 9 | 20 weken | |
| CURS2264 | K0233 Ernstig meervoudige beperking | 9 | 20 weken | |
| CURS2265 | K0219 Gezonde leefstijl | 9 | 20 weken | |
| CURS2266 | K0066 Mensen met licht verstandelijke beperking met moeilijk verstaanbaar gedrag | 9 | 20 weken | School en BPV |
| CURS2267 | K0226 Inspelen op innovaties geschikt voor niveau 4 | 9 | 20 weken | School en BPV |
| CURS2269 | K0125 Voorbereiding HBO | 9 | 20 weken | |
| CURS2377 | K0202 Internationaal 2 (werken in buitenland) | 18 | 20 weken | |
| CURS2442 | K0517 Verdieping blijvend fit, veilig en gezond werken | 9 | 20 weken | |
| CURS2470 | K0152 Expressief talent | 18 | 40 weken | |
| CURS2599 | SWMZ I.O. 1.1 Mijn plan | 9 | 10 weken | |
| CURS2601 | SWMZ I.O. 1.2 Jouw plan | 9 | 10 weken | |
| CURS2602 | SWMZ I.O. 1.3 Mijn voorlichting | 9 | 10 weken | |
| CURS2603 | SWMZ I.O. 1.4 Mijn campagne | 9 | 10 weken | |
| CURS2628 | SWMZ BPV leerjaar 1 | 6 | 20 weken | BPV |
| CURS2629 | SWMZ I.O. 2.1 Mijn praktijk | 9 | 10 weken | |
| CURS2630 | SWMZ I.O. 2.2 Mijn methodiek | 9 | 10 weken | |
| CURS2631 | SWMZ I.O. 2.3 Mijn professionalisering | 9 | 10 weken | |
| CURS2632 | SWMZ I.O. 2.4 Mijn conclusies | 9 | 10 weken | |
| CURS2686 | K1485 Orientatie op ondernemerschap (SW) | 9 | 20 weken | School |
| CURS2690 | SWMZ Burgerschap 1 | 3 | 20 weken | |
| CURS2694 | SWMZ Rekenen Basis leerjaar 1 | 3 | 40 weken | |
| CURS2696 | SWMZ Engels leerjaar 1 | 3 | 40 weken | |
| CURS2698 | SWMZ Nederlands CE | 3 | 40 weken | |
| CURS2702 | SWMZ Rekenen examentraining | 3 | 40 weken | School |
| CURS2707 | SWMZ BPV leerjaar 2 | 9 | 40 weken | BPV |
| CURS2710 | SWMZ LOB leerjaar 2 | 3 | 40 weken | School |
| CURS2712 | SWMZ Nederlands IE | 3 | 40 weken | School |
| CURS2714 | SWMZ Burgerschap 2 | 3 | 20 weken | |
| CURS2764 | K0999 Spaans A1-A2 in het beroepsonderwijs | 9 | 40 weken | School |
| CURS2776 | K0210 Internationaal I overbruggen (interculturele) diversiteit (SW ) | 9 | 20 weken |
Het onderwijsprogramma bestaat uit beroepsgerichte cursussen en algemene (generieke) cursussen. Het algemene deel van jouw opleiding bestaat uit:
- Nederlands
- Rekenen
- Loopbaanontwikkeling en begeleiding
- Burgerschap
- Engels
Alle cursussen en leeractiviteiten zijn te vinden in Educator en jouw persoonlijk rooster vind je in Xedule.
In deze OER vind je nog meer informatie over de inhoud van de algemene cursussen, bpv en keuzedelen.
2.2.2 Nederlands, rekenen en Engels
De cursussen Nederlands en rekenen en Engels worden gegeven op het niveau van jouw opleiding. Daar waar mogelijk en relevant oefen je met beroepsgerichte opdrachten.
2.2.3 Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB)
De studiecoach begeleidt jou tijdens je hele opleiding bij je LOB activiteiten. Jullie voeren regelmatig gesprekken en in je stamgroep komen de LOB onderdelen aan bod. Ook tijdens de andere leeractiviteiten besteden je docenten aandacht aan de LOB onderwerpen.
In het loopbaanprogramma leer je je eigen talenten en kwaliteiten onder woorden te brengen. Je denkt na over wat je geleerd hebt, zowel over het beroep als over jezelf. Je kijkt terug op ervaringen in je bpv, bekijkt wat je daarvan geleerd hebt en wat je daar vervolgens mee wilt doen. Zo krijg je een steeds beter beeld van jezelf en kun je aan het eind van je opleiding een goede keuze maken of en waar je wilt gaan werken of dat je nog verder wilt studeren. Je werkt aan vijf onderdelen:
- Ontdek je talent (Capaciteitenreflectie)
Waar ben je goed in binnen je huidige stage/opleiding/werk en wat zijn je groeimogelijkheden?
- Ontdek je passie (Motievenreflectie)
Wat vind je belangrijk en wat motiveert je?
- Ontdek je werkplek (Werkexploratie)
Hoe ziet jouw huidige stage-/werk-/opleidingsplek eruit en wat vraagt die van jou?
- Zelf aan zet (Loopbaansturing)
Hoe neem je regie over je loopbaan?
- In gesprek met anderen (Netwerken)
Met wie kun je sparren of samenwerken om verder te komen?
Deze vaardigheden helpen je niet alleen om je studie-, werkplezier en prestaties te vergroten, maar ook om wendbaar te blijven in de snel veranderende samenleving en arbeidsmarkt.
2.2.4 Burgerschap
Voor alle opleidingen gelden de wettelijke eisen voor Burgerschap beschreven in vier dimensies:
- Politiek-juridisch
- Economisch
- Sociaal-maatschappelijk
- Vitaal burgerschap
Burgerschap heeft te maken met omgaan met veranderingen in de samenleving en met verschillende culturen, gezonde leefwijze, deelnemen aan het arbeidsproces, functioneren als kritisch consument, deel uitmaken van de gemeenschap en politiek.
Kritisch leren denken maakt onderdeel uit van de opleiding. Je leert hoe je op een actieve manier deel kunt nemen aan de samenleving en beroepspraktijk. Tijdens je opleiding wordt aandacht besteed aan:
- Informatie (-bronnen) op waarde schatten en daarbij onderscheid maken tussen argumenten, beweringen, feiten en aannames
- Het perspectief van anderen innemen
- Nadenken over hoe eigen opvattingen, beslissingen en handeling tot stand komen
2.2.5 BPV
Een beroepsopleiding kan niet zonder de beroepspraktijk, daarom volg je een deel van jouw opleiding bij een bedrijf of instelling. We noemen dit de beroepspraktijkvorming (bpv). Tijdens de bpv word je begeleid door een bpv-begeleider van jouw school en een begeleider van het leerbedrijf. Voor iedere bpv-periode worden afspraken gemaakt over wat je gaat doen, welke eisen gesteld worden aan de bpv en hoe de bpv begeleid en beoordeeld wordt. Dit staat allemaal beschreven in de bundel met bpv-informatie die je tijdens de opleiding ontvangt. In deze OER lees je ook over de beoordelingscriteria voor bpv.
2.2.6 Keuzedelen
Binnen jouw opleiding worden de onderstaande keuzedelen aangeboden:
Binnen jouw opleiding worden de onderstaande keuzedelen aangeboden:
|
Keuzedeel |
Keuzedeel code |
Uren |
Eigen keuze of verplicht |
Minimum aantal studenten |
|
Jeugd en opvoedhulp |
K1504 |
720 |
Eigen keuze |
15 |
| Bewegen in de buurt | K0230 | 240 | Eigen keuze |
15 |
|
Gezonde leesfstijl |
K0219 |
240 |
Eigen keuze |
15 |
|
Jongerenwerk |
K1505 |
240 |
Eigen keuze |
15 |
|
Bestaans(on)zekerheid en mensenrechten |
K1228 |
480 |
Eigen keuze |
15 |
|
Internationaal II: werken in het buitenland |
K0202 |
480 |
Eigen keuze |
15 |
|
Persoonlijk profileren |
K0877 |
240 |
Eigen keuze |
15 |
|
Verdieping sociale zekerheid |
K0116 |
240 |
Eigen keuze |
15 |
|
Internationaal I: overbruggen interculturele diversiteit |
K0210 |
240 |
Eigen keuze |
15 |
| Ernstig meervoudige beperkingen | K0233 | 480 | Eigen keuze |
15 |
| Voorbereiding HBO | K0125 | 240 | Eigen keuze |
15 |
| Verdieping blijvend fit, veilig en gezond werken | K0517 | 240 | Eigen keuze |
15 |
| Duurzaam handelen in de beroepspraktijk geschikt voor niveau 4 | K1492 | 240 | Eigen keuze |
15 |
| Inspelen op innovaties geschikt voor niveau 4 | K0226 | 240 | Eigen keuze |
15 |
|
Positieve gezondheid in de praktijk |
K1189 | 240 | Eigen keuze | 15 |
|
Expressief talent |
K0152 | 480 | Eigen keuze | 15 |
|
Spaans A1/A2 |
K0999 | 240 | Eigen keuze | 15 |
| Oriëntatie op ondernemersschap | K1485 | 240 | Eigen keuze |
15 |
|
Mensen met licht verstandelijk beperking met moeilijk verstaanbaar gedrag |
K0066 | 240 | Eigen keuze | 15 |
| Embrace Tec | K1205 | 480 | Eigen keuze |
15 |
|
Verzorgende en verpleegtechnische handelingen |
K0118 | 240 | Eigen keuze | 15 |
|
Personen met verward gedrag |
K1146 | 240 | Eigen keuze | 15 |
Deze keuzedelen sluiten aan bij de inhoud van jouw opleiding of bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt of ze bereiden je voor op doorstroom naar een vervolgopleiding. Jouw studiecoach kan meer uitleg geven hierover.
Daarnaast is er een breed aanbod aan keuzedelen samengesteld, dit noemen we de Summabrede keuzedelen. Vereiste: je kunt een keuzedeel alleen kiezen als de inhoud niet (deels) hetzelfde is als de inhoud van het onderwijsprogramma van jouw eigen opleiding, er mag geen overlap zijn.
Het huidige aanbod van de Summabrede keuzedelen vind je hier
In overleg is het soms ook mogelijk een keuzedeel van een andere opleiding te kiezen. Hiervoor geldt ook dat er geen overlap met je opleiding mag zijn. Het aanbod van alle keuzedelen bij Summa kun je vinden via deze link: Keuzedelen | Summa College
Welke keuzedelen je gaat volgen, bepaal je in overleg met je studiecoach.
Voordat het keuzedeel start, bespreekt je studiecoach je keuze nog een keer met je. Je mag deze dan nog aanpassen. Wil je je keuze al eerder aanpassen, dan kan dit ook in overleg met je studiecoach.
Het kan gebeuren dat een bepaald keuzedeel niet doorgaat. Bijvoorbeeld als te weinig studenten het keuzedeel hebben gekozen. In de tabel kun je zien hoeveel studenten er mee moeten doen om het keuzedeel door te laten gaan.
2.3 Studiebelasting (SBU) in uren BOL
Een mbo-opleiding neemt gemiddeld 1600 uur per jaar van jouw tijd in beslag.
Van deze 1600 uur zijn 1000 uur verplichte, door school ingeroosterde onderwijsuren. Deze zijn een combinatie van lesuren op school (dit heet begeleide onderwijstijd (BOT)) en stage-uren in de praktijk (dit heet Beroepspraktijkvorming (BPV)). De andere 600 uur zijn bedoeld voor zelfstudie zoals huiswerk en het leren voor toetsen en examens.
Voor jouw opleiding gelden de volgende uren voor BOT en BPV.
Niveau 4 driejarig
|
Studieduur |
BOT |
BPV |
FLEX |
Totaal |
|
1 jaar |
720 |
320 |
- |
1040 |
|
2 jaar |
440 |
640 |
- |
1080 |
|
Totaal |
1160 |
960 |
- |
2120 |
De opleiding bestaat uit 2 leerjaren, waarna de student kiest voor de uistroom naar de opleiding Sociaal Werk of Maatschappelijke Zorg. Hierdoor staat in dit overzicht van de studiebelastinguren leerjaar 3 niet beschreven.
Deze uren worden evenwichtig verdeeld over de totale studieduur van je opleiding. Je wordt hier tijdens de opleiding over geïnformeerd.
2.4 Studiepunten en ontwikkelingsgerichte beoordeling (bij afronding)
Tijdens de opleiding volg je samen met je studiecoach en docenten jouw ontwikkeling. We doen dit met behulp van ontwikkelingsgerichte beoordelingen. Er wordt gekeken hoe het met je gaat in de verschillende cursussen en arrangementen. Je leert om goed naar jezelf te kijken (te reflecteren) en uitspraken te doen over jouw eigen functioneren.
Elke cursus staat voor 3 of 5 studiepunten, of een veelvoud daarvan. Dit is afhankelijk van de inhoud en de grootte van de cursus. In het onderwijsprogramma zie je deze studiepunten per cursus terug. Studiepunten worden toegekend aan een cursus na afronding of afsluiting van de betreffende cursus, als je de leeruitkomsten hebt aangetoond (of het afsluitende examen hebt behaald).
Tijdens de opleiding volg je samen met je studiecoach en docenten jouw ontwikkeling. We doen dit met behulp van ontwikkelings-gerichte beoordelingen. Er wordt gekeken hoe het met je gaat in de verschillende cursussen en arrangementen. Je leert om goed naar jezelf te kijken (te reflecteren) en uitspraken te doen over jouw eigen functioneren.
Jij kunt cursussen van jouw opleiding afronden door:
-
één of meerdere toetsen
-
het verzamelen van een set van bewijzen die de leeruitkomsten van de cursus aantonen
2.5 Bindend studieadvies
Het geven van een bindend studieadvies (BSA) tussen de negen en twaalf maanden na start van de opleiding is een wettelijke verplichting in het mbo. Bij Summa wordt het negatief BSA vóór 15 mei afgegeven, als je in augustus bent gestart. Er is dan voldoende tijd om naar een passende oplossing binnen de opleiding of samen naar een andere opleiding te zoeken. Wanneer jouw opleiding niet in augustus/september start, maar bijvoorbeeld in november of februari, wordt 10 maanden na de daadwerkelijk startdatum van de opleiding een BSA afgegeven. Let op: bij individuele instroom in een lopende opleiding geldt de BSA-datum van de opleiding conform de OER. Jouw studiecoach bespreekt het studieadvies met jou en plaatst het in het studenten-ouderportaal van Eduarte.
Een negatief BSA mag niet als een verrassing komen. Daarom krijg je gedurende het jaar minimaal twee voorlopig studieadviezen (VSA’s). Volg je een eenjarige opleiding dan krijg je één voorlopig studieadvies. Vraag aan jouw studiecoach wanneer je een gesprek krijgt over je studieadvies.
Je krijgt een positief voorlopig studieadvies als je voldoet aan:
- Eerste voorlopige studieadvies (periode 1): In studentbespreking wordt gekeken naar LOB (zie 3.4). LOB is leidend m.b.t. eerste voorlopig studieadvies.
- Tweede voorlopige studieadvies (periode 2): In studentbespreking wordt gekeken naar LOB (zie 3.4). LOB is leidend m.b.t. tweede voorlopig studieadvies.
Je krijgt een positief bindend studieadvies (periode 3) als je voldoet aan: In studentbespreking wordt gekeken naar LOB (zie 3.4). LOB is leidend m.b.t. bindend studieadvies.
Uitleg:
VSA1 - Einde periode 1 is tijdens de studentbespreking LOB leidend m.b.t. eerste voorlopig studieadvies.
VSA2: - Einde periode 2 is tijdens de studentbespreking LOB leidend m.b.t. eerste voorlopig studieadvies.
BSA - (tussen 1 en 15 mei, wanneer de opleiding niet in augustus/september is gestart, maar bijvoorbeeld in november of februari, wordt 10 maanden na de daadwerkelijk startdatum van de opleiding een BSA afgegeven en bij individuele instroom in een lopende opleiding geldt de BSA-datum van de opleiding conform de OER): Einde periode 3 is tijdens de studentbespreking LOB leidend m.b.t. bindend studieadvies.
Een Bindend Studieadvies kan positief of negatief zijn. Een BSA wordt alleen gegeven op basis van de studievoortgang. Bij een negatief studieadvies gaan we met jou in gesprek en begeleiden we jou naar een passende opleiding of oplossing.
3. Hoe ziet de afsluiting eruit?
3.1 Afsluiting bij Summa
Afsluiten betekent dat je de leeruitkomsten aantoont voor het behalen van je diploma (kwalificerend). In het examenplan vind je een overzicht van de afsluitingen bij jouw opleiding.
Combi-opleidingen
Bij een combi-opleiding worden studenten in het eerste leerjaar gezamenlijk binnen één crebo ingeschreven en maken zij aan het einde van het eerste leerjaar een keuze voor één van de vervolgopleidingen. Een eventuele crebowissel als gevolg van deze keuze wordt niet beschouwd als een reguliere crebowissel, maar als een administratieve wijziging binnen dezelfde combi-opleiding.
Dit betekent dat eerder behaalde examenresultaten voor generieke examens bij de overgang naar het andere crebo integraal worden overgenomen, zowel bij een voldoende als bij een onvoldoende. Het resultaat blijft gekoppeld aan de oorspronkelijke examenpoging en wordt niet als vrijstelling geregistreerd. Hierdoor behouden studenten die van crebo wisselen dezelfde resterende examenmogelijkheden als studenten die binnen hetzelfde crebo blijven. Tevens blijft een behaald resultaat meetellen voor de beoordeling van de voorwaarden voor cum laude.
3.2 Afsluiten keuzedelen
De examens van de Summabrede keuzedelen zijn opgenomen in een apart examenprogramma en vind je hier: keuzedelen.
Je doet alleen examen in de keuzedelen die je gevolgd hebt. Als je besluit om een keuzedeel te volgen dat verbonden is aan een andere opleiding, dan kun je het examenprogramma van dat keuzedeel in de OER van die opleiding vinden.
Diploma-eis
Om in aanmerking te komen voor het diploma moet je met de keuzedelen aan de volgende voorwaarden voldoen:
- het gemiddelde van de resultaten van de geëxamineerde keuzedelen binnen de keuzedeelverplichting moet tenminste een 6 of voldoende zijn;
- voor minstens de helft van deze keuzedelen moet je minimaal een 6 of voldoende halen;
- Een keuzedeelresultaat mag nooit lager zijn dan een 4 of een onvoldoende.
3.3 Afsluiten Nederlands, rekenen en Engels
Voor lezen en luisteren Nederlands leg je een centraal examen (CE) af. De overige examens Nederlands en rekenen en Engels zijn instellingsexamens (IE).
In het examenprogramma zie je uit welke onderdelen Nederlands en rekenen en Engels bestaan en op welk niveau je afsluit.
3.3.1 Kiezen voor een hoger niveau
Je kunt kiezen voor examinering op een hoger niveau voor de generieke vakken. Dit moet je schriftelijk aanvragen. Let op: dit betekent niet dat je meer examengelegenheden krijgt.
Meer info hierover kun je vinden op Regelingen Summa (paragraaf algemene exameneisen Nederlands, Engels en rekenen).
3.3.2 Landelijke eisen Nederlands, rekenen en Engels
Voor de cijferberekening en de herkansing zijn aparte regelingen. Het eindcijfer generiek Engels en generiek Nederlands wordt als volgt berekend:
- resultaat lezen en resultaat luisteren worden gemiddeld tot tussenresultaat A;
- resultaat schrijven, resultaat gesprekken voeren en resultaat spreken worden gemiddeld tot tussenresultaat B;
- eindresultaat: tussenresultaat A en tussenresultaat B worden gemiddeld.
3.3.3 Diploma-eis
Niveau 4
- Cijfer voor Nederlands ten minste een 5 mits voor Engels èn rekenen ten minste een 6 behaald is of elke andere volgorde.
- Niveau NL = 3F
- Niveau rekenen= rekenniveau 4
- Niveau ENG = B1 (CE)/A2 (IE)
3.4 Afsluiten loopbaanontwikkeling en begeleiding (LOB)
Bij het afsluiten van je opleiding bespreekt de studiecoach of je voldoende hebt gedaan om aan deze onderdelen te werken. Dit noemen we de inspanningsverplichting. Dit gebeurt meestal tijdens een uitstroom- of doorstroomgesprek.
Tijdens je opleiding moet je voldoen aan de hieronder beschreven punten:
Toon voor LOB de leeruitkomsten aan, voer de opdrachten uit en lever deze aan als bewijs van inspanning.
Student dient alle studiepunten die gekoppeld zijn aan LOB te behalen om door te stromen naar het volgende studiejaar. Studiepunten worden toegekend wanneer de onderliggende onderwijsactiviteiten positief worden beoordeeld op proces en resultaten door de onderwijsprofessionals.
Alle onderwijsactiviteiten hebben betrekking op LOB, en worden meegenomen in de studentbespreking welke iedere onderwijsperiode plaatsvindt.
Per studiejaar moeten de studiepunten van LOB behaald zijn om door te kunnen stromen naar het volgende studiejaar.
3.5 Afsluiten burgerschap
Voor burgerschap geldt een inspanningsverplichting. Bij het afsluiten van je opleiding bespreekt de docent of je voldoende hebt gedaan om aan deze onderdelen te werken. Dit noemen we de inspanningsverplichting. Tijdens je opleiding moet je voldoen aan de hieronder beschreven punten:
-
aanwezigheidsplicht bij bepaalde lessen
-
verplichte deelname aan bepaalde activiteiten
-
het maken van bepaalde opdrachten en/of werkstukken of
-
het houden van presentaties
De opleiding Sociaal Werk/Maatschappelijke zorg kenmerkt zich door het beroep waarvoor het de studenten opleidt. Er is automatisch aandacht voor burgerschap. Dit varieert in modules als Problematieken in de maatschappij, Onderzoek in het werkveld tot Huiselijk geweld en andere sociale problematieken.
Het kwalificatiedossier geeft dit weer in verschillende kerntaken en werkprocessen die onder de modules liggen. Daarnaast biedt de opleiding dagstarten aan, waarbij actualiteit en burgerschapsthema’s worden behandeld en besproken om aan de verschillende dimensies van burgerschap te voldoen.
Wij zien burgerschap niet als vak, maar als een rode draad in ons onderwijs wat een continu proces is. Wij leiden op tot de aanstaand beroepsprofessional én daar voorbij, een goede burger die onafhankelijk de maatschappij kan staan en is voorbereid op de beroepen en de complexiteit die komen gaan
3.6 Afsluiten BPV
Om je diploma te behalen, heb je een voldoende beoordeling nodig voor de bpv. Het kan zijn dat je een aantal examens aflegt bij het bedrijf waar je de bpv uitvoert. Dit staat los van de beoordeling van de bpv.
Voor meer informatie over de BPV per fase verwijzen we je door naar het BPV-boek
Diploma-eisOm je diploma te behalen, heb je een voldoende beoordeling nodig voor de bpv.
Het kan zijn dat je een aantal examens aflegt bij het bedrijf waar je de bpv uitvoert. Dit staat los van de beoordeling van de bpv.
3.7 Overzicht examens
3.7.1 Overzicht Examenprogramma
Hieronder vind je een overzicht van het examenprogramma.
De exacte tijdsduur van de generieke examens is terug te vinden in het examen instrument.
De slaag-/zakregeling voor de kerntaken is als volgt: alle examens die onderdeel uitmaken van een kerntaak moeten met minimaal het oordeel voldoende of een cijfer van 5,5 zijn afgerond. Alleen wanneer aan deze voorwaarde is voldaan, kan voor de betreffende kerntaak het eindresultaat voldoende worden vastgesteld.
3.7.2 Afkortingen in examenprogramma
Binnen de opleiding kun je te maken krijgen met verschillende vormen van examineren. Een voorbeeld hiervan is een Proeve van Bekwaamheid. In de Proeve van Bekwaamheid laat je zien dat je de taken die je moet uitvoeren in je beroep goed kunt uitvoeren. Ook kun je een examen krijgen waarin kennis (kennisexamen) of vaardigheden (vaardigheidsexamen) worden geëxamineerd.
Hier lees je wat de afkortingen in het examenprogramma betekenen:
|
PVB |
Proeve van Bekwaamheid |
|
PVB+CGI |
Proeve van Bekwaamheid met criteriumgericht interview |
|
PVB+VG |
Proeve van Bekwaamheid met verantwoordingsgesprek |
|
SKE |
Kennisexamen schriftelijk |
|
WSV+CGI |
Werkstuk/-verslag met criteriumgericht interview |
|
WSV+VG |
Werkstuk/-verslag met verantwoordingsgesprek |
|
VEX |
Vaardigheidsexamen |
|
PEX |
Praktijkexamen |
|
CEX |
Casusexamen |
|
MVE |
Mondeling vaardigheidsexamen |
|
SVE |
Schriftelijk vaardigheidsexamen |
|
PAS+CGI |
Portfolio-assessment met criteriumgericht interview |
|
PAS+VG |
Portfolio-assessment met verantwoordingsgesprek |
|
LK |
Lerend Kwalificeren |
|
IE |
Instellingsexamen |
|
COE |
Centraal ontwikkeld examen |
|
PRS |
Presentatie (bij keuzedelen) |
3.8 Aanvullende voorwaarden examens
Combi-opleidingen
Bij een combi-opleiding worden studenten in het eerste leerjaar gezamenlijk binnen één crebo ingeschreven en maken zij aan het einde van het eerste leerjaar een keuze voor één van de vervolgopleidingen. Een eventuele crebowissel als gevolg van deze keuze wordt niet beschouwd als een reguliere crebowissel, maar als een administratieve wijziging binnen dezelfde combi-opleiding.
Dit betekent dat eerder behaalde examenresultaten voor generieke examens bij de overgang naar het andere crebo integraal worden overgenomen, zowel bij een voldoende als bij een onvoldoende. Het resultaat blijft gekoppeld aan de oorspronkelijke examenpoging en wordt niet als vrijstelling geregistreerd. Hierdoor behouden studenten die van crebo wisselen dezelfde resterende examenmogelijkheden als studenten die binnen hetzelfde crebo blijven. Tevens blijft een behaald resultaat meetellen voor de beoordeling van de voorwaarden voor cum laude.
3.9 Planning van Examens
Voor ieder examen heb je twee gelegenheden (kansen) om een voldoende resultaat te halen. Je ontvangt een planning van je studiecoach. Als je hiervan wilt afwijken, overleg dan met de coach. Dit zal niet altijd mogelijk zijn.
Onderstaande examens plan je altijd zelf in:
- Centraal examen NL (niveau 2, 3, 4)
- Instellingsexamen Rekenen (niveau 2, 3, 4)
- Centraal examen Engels (niveau 4)
. Voor de volgende geldt dit ook:
Voor de volgende examens plan je altijd zelf het moment en locatie:
- Nederlands Centraal examen 3F (lezen en luisteren)
- Nederlands schrijven 3F
- Engels Centraal examen B1 (lezen en luisteren)
- Engels schrijven A2
- Rekenen instellingsexamens niveau 4
Onderstaande examens worden gepland door onderwijsteam:
- Nederlands spreken en gesprekken voeren 3F
Onderstaande examens worden gepland in overleg tussen student en onderwijsteam:
- Engels spreken en gesprekken voeren
3.10 Veel voorkomende vrijstellingen
Misschien kom je in aanmerking voor een vrijstelling voor delen van de opleiding, omdat je die al ergens anders hebt afgerond. Vrijstelling kun je krijgen voor: onderwijs en/of examen:
- Een vrijstelling voor delen van het onderwijsprogramma vraag je aan via de studiecoach. Je vraagt vrijstelling aan met een goede onderbouwing.
- Voor vrijstellingen voor het examen neem je eerst contact op met je studiecoach. Via hem/ haar kun je een aanvraagformulier krijgen. Je vrijstellingsverzoek moet altijd goed onderbouwd zijn. Je dient het in bij de examencommissie. De examencommissie keurt jouw aanvraag goed of af.
In het examenreglement kun je meer lezen over de vrijstellingsregeling voor examens. Als je een vrijstelling krijgt, maken we afspraken over hoe jouw onderwijsprogramma eruit komt te zien.
3.11 Regelingen met betrekking tot examens
Summa heeft een examenreglement. In dit document worden alle regels rondom de examens beschreven. Hier vind je bijvoorbeeld wat je moet doen als je het niet eens bent met een uitslag van het examen of van welke voorzieningen je gebruik mag maken als je hiervoor in aanmerking komt.
4. Wanneer krijg je een diploma?
Je krijgt je diploma als je aan de onderstaande eisen hebt voldaan:
|
Diploma-eis |
Geslaagd/gezakt |
|
Kerntaken |
Minimaal een voldoende of minimaal een 6 voor het oordeel per kerntaak. |
|
Nederlands, rekenen, eventueel Engels |
Entree
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 4
|
|
Loopbaan en Burgerschap |
Voldaan aan de inspanningsverplichting. |
|
BPV |
Met positieve beoordeling voltooid, waarbij oordeel leerbedrijf is betrokken. |
|
Keuzedelen |
Om in aanmerking te komen voor het diploma moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:
|
Cum Laude
Summa heeft een Cum Laude-regeling. Deze is opgenomen in het examenreglement.
5. Met welke regelingen krijg je te maken bij Summa?
Summa heeft diverse regelingen die van belang zijn voor jou als student zoals bijvoorbeeld het Studentenstatuut, de klachtenregeling, gebruik van ICT. Dit kun je vinden op Regelingen Summa.