Terug 27123BOL36.01 - Beveiliger 3 - 2026

27123BOL36.01 - Beveiliger 3 - 2026

Introductie

Beste student,  

In deze onderwijs- en examenregeling (OER) vind je informatie over de opleiding waar jij voor gekozen hebt. Je leest hierin meer over: 
 

  1. Hoe is de opleiding opgebouwd? 

  2. Wat leer je tijdens de opleiding? 

  3. Hoe ziet de afsluiting eruit? 

  4. Wanneer krijg je je diploma? 

  5. Met welke regelingen heb je te maken bij Summa? 
     

Voor vragen over deze OER kun je terecht bij je studiecoach. We helpen je graag om je talenten te ontwikkelen.
 

Veel succes tijdens je opleiding!

Algemene informatie opleiding

Kwalificatiedossier: Particuliere beveiliging, 23444
Opleiding: Beveiliger 3, 27123
Niveau: 3
Leerweg: BOL
Cohort: 2026

Versie

1

1. Hoe is de opleiding opgebouwd?

1.1 Het kwalificatiedossier en keuzedelen

Elke mbo-opleiding is gebaseerd op een kwalificatiedossier. Jouw opleiding bestaat uit verschillende onderdelen:  

  1. De gemeenschappelijke basis met beroepsgerichte en generieke (algemene) onderdelen 

  2. Eén profieldeel (= de kwalificatie) 

  3. Een aantal keuzedelen 

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, lijn

Automatisch gegenereerde beschrijving

In het kwalificatiedossier kun je meer informatie vinden over het basisdeel (beroepsgericht en generiek) en over het profieldeel dat hoort bij jouw opleiding. 

Dit zijn de kerntaken en werkprocessen die bij jouw opleiding horen: 

kerntaken en werkprocessen

1.2 Werken met leerarrangementen en cursussen

Jouw onderwijsprogramma bestaat uit leerarrangementen, een leerarrangement uit meerdere cursussen en een cursus uit leeractiviteiten. Bij elke cursus horen leeruitkomsten.

Als je de leeruitkomsten aantoont krijg je studiepunten. Hierover lees je meer in het hoofdstuk over studiepunten.

Elke cursus wordt afgerond of afgesloten. Afronding is ontwikkelingsgericht; jij en jouw docenten en studiecoach weten wat je al hebt laten zien en waarin je je nog kunt ontwikkelen. Afsluiting is kwalificerend, dat wil zeggen dat het resultaat meetelt bij het nemen van de diplomabeslissing.


Een cursus kan meerdere startmomenten per schooljaar hebben. Elk schooljaar bestaat uit 4 periodes van 10 weken.

1.3 Studiecoaching

Iedere student van Summa heeft een studiecoach en maakt deel uit van een (stam)groep waarmee je regelmatig contact hebt. De studiecoach ondersteunt je bij jouw persoonlijke ontwikkelproces. Je wordt begeleid in het maken van keuzes en we volgen je voortgang. Dit leggen we vast. Jouw studievoortgang is inzichtelijk voor jou, je docenten en studiecoach.

2.Wat leer je tijdens de opleiding?

2.1 Wat houdt het beroep in?

Als je jouw opleiding hebt afgesloten ben je Beveiliger 3.

De Beveiliger 3 coördineert collega-beveiligers bij de uitvoering van de beveiligingswerkzaamheden in private en publieke organisaties. De werkzaamheden van de Beveiliger 3 bevinden zich op de scheidslijn tussen coördineren en uitvoeren. Hierbij is die in houding en gedrag een voorbeeld voor collega-beveiligers en handelt die integer. De Beveiliger 3 bewaakt de veiligheid en beveiliging binnen de kaders van een beveiligingsopdracht. Hierbij coördineert de Beveiliger 3 situationeel de uitvoering van de beveiligingswerkzaamheden van collega-beveiligers. De Beveiliger 3 plant de werkzaamheden, stelt instructies op en adviseert een leidinggevende over beveiligingsmaatregelen. De Beveiliger 3 is in staat om binnen een organisatie te schakelen van ‘boven’ naar ‘beneden

2.2 Wat houdt de opleiding in?

  

2.2.1 Onderwijsprogramma

In dit schema zie je de cursussen die horen bij jouw opleiding.

2.1 Blokkenschema

Het onderwijsprogramma bestaat uit beroepsgerichte cursussen, keuzedelen en algemene (generieke) cursussen. Het algemene deel van jouw opleiding bestaat uit:

  • Nederlands
  • Rekenen
  • Loopbaanontwikkeling en begeleiding
  • Burgerschap

Alle cursussen en leeractiviteiten zijn te vinden in Educator en jouw persoonlijk rooster vind je in Xedule.  

In deze OER vind je nog meer informatie over de inhoud van de algemene cursussen, bpv en keuzedelen. 

2.2.2 Nederlands en rekenen

De cursussen Nederlands en rekenen worden gegeven op het niveau van jouw opleiding. Daar waar mogelijk en relevant oefen je met beroepsgerichte opdrachten.

2.2.3 Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB)

De studiecoach begeleidt jou tijdens je hele opleiding bij je LOB activiteiten. Jullie voeren regelmatig gesprekken en in je stamgroep komen de LOB onderdelen aan bod. Ook tijdens de andere leeractiviteiten besteden je docenten aandacht aan de LOB onderwerpen.

In het loopbaanprogramma leer je je eigen talenten en kwaliteiten onder woorden te brengen. Je denkt na over wat je geleerd hebt, zowel over het beroep als over jezelf. Je kijkt terug op ervaringen in je bpv, bekijkt wat je daarvan geleerd hebt en wat je daar vervolgens mee wilt doen. Zo krijg je een steeds beter beeld van jezelf en kun je aan het eind van je opleiding een goede keuze maken of en waar je wilt gaan werken of dat je nog verder wilt studeren. Je werkt aan vijf onderdelen:

  1. Ontdek je talent (Capaciteitenreflectie)
    Waar ben je goed in binnen je huidige stage/opleiding/werk en wat zijn je groeimogelijkheden?
     
  2. Ontdek je passie (Motievenreflectie)
    Wat vind je belangrijk en wat motiveert je?
     
  3. Ontdek je werkplek (Werkexploratie)
    Hoe ziet jouw huidige stage-/werk-/opleidingsplek eruit en wat vraagt die van jou?
     
  4. Zelf aan zet (Loopbaansturing)
    Hoe neem je regie over je loopbaan?
     
  5. In gesprek met anderen (Netwerken)
    Met wie kun je sparren of samenwerken om verder te komen?
     

Deze vaardigheden helpen je niet alleen om je studie-, werkplezier en prestaties te vergroten, maar ook om wendbaar te blijven in de snel veranderende samenleving en arbeidsmarkt.

2.2.4 Burgerschap

Voor alle opleidingen gelden de wettelijke eisen voor Burgerschap beschreven in vier dimensies:
 

  1. Politiek-juridisch
  2. Economisch
  3. Sociaal-maatschappelijk
  4. Vitaal burgerschap
     

Burgerschap heeft te maken met omgaan met veranderingen in de samenleving en met verschillende culturen, gezonde leefwijze, deelnemen aan het arbeidsproces, functioneren als kritisch consument, deel uitmaken van de gemeenschap en politiek.

Kritisch leren denken maakt onderdeel uit van de opleiding. Je leert hoe je op een actieve manier deel kunt nemen aan de samenleving en beroepspraktijk. Tijdens je opleiding wordt aandacht besteed aan:
 

  • Informatie (-bronnen) op waarde schatten en daarbij onderscheid maken tussen argumenten, beweringen, feiten en aannames
  • Het perspectief van anderen innemen
  • Nadenken over hoe eigen opvattingen, beslissingen en handeling tot stand komen

2.2.5 BPV

Een beroepsopleiding kan niet zonder de beroepspraktijk, daarom volg je een deel van jouw opleiding bij een bedrijf of instelling. We noemen dit de beroepspraktijkvorming (bpv). Tijdens de bpv word je begeleid door een bpv-begeleider van jouw school en een begeleider van het leerbedrijf. Voor iedere bpv-periode worden afspraken gemaakt over wat je gaat doen, welke eisen gesteld worden aan de bpv en hoe de bpv begeleid en beoordeeld wordt. Dit staat allemaal beschreven in de bundel met bpv-informatie die je tijdens de opleiding ontvangt. In deze OER lees je ook over de beoordelingscriteria voor bpv.
 

2.2.6 Keuzedelen

Binnen jouw opleiding worden de onderstaande keuzedelen aangeboden:

Binnen jouw opleiding worden de onderstaande keuzedelen aangeboden:

Keuzedeel Keuzedeel code Uren Eigen keuze of verplicht Minimum aantal studenten
Digitale vaardigheden basis K0022 240 Eigen keuze 1
Digitale vaardigheden gevorderd K0023 240 Eigen keuze 1
Internationaal 1: Bewustzijn (interculturele) diversiteit K0055 240 Eigen keuze 1
Persoonlijk profileren K0877 240 Eigen keuze 1
Basiskennis beveiliging in de zorg K0951 240 Eigen keuze 1
Artificial intelligence, werken met generatieve AI K1499 240 Eigen keuze 1
Ondernemend gedrag K1483 240 Eigen keuze 1
Leidinggeven K0061 480 Eigen keuze 1

Deze keuzedelen sluiten aan bij de inhoud van jouw opleiding of bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt of ze bereiden je voor op doorstroom naar een vervolgopleiding. Jouw studiecoach kan meer uitleg geven hierover.

Bij Summa houden we ons aan de urennorm voor onderwijstijd. Dat betekent dat wij jou aanbieden: 
Keuzedelen: 720 uur

Daarnaast is er een breed aanbod aan keuzedelen samengesteld, dit noemen we de Summabrede keuzedelen. Vereiste: je kunt een keuzedeel alleen kiezen als de inhoud niet (deels) hetzelfde is als de inhoud van het onderwijsprogramma van jouw eigen opleiding, er mag geen overlap zijn.

Het huidige aanbod van de Summabrede keuzedelen vind je hier

In overleg is het soms ook mogelijk een keuzedeel van een andere opleiding te kiezen. Hiervoor geldt ook dat er geen overlap met je opleiding mag zijn. Het aanbod van alle keuzedelen bij Summa kun je vinden via deze link: Keuzedelen | Summa College

Welke keuzedelen je gaat volgen, bepaal je in overleg met je studiecoach.

Voordat het keuzedeel start, bespreekt je studiecoach je keuze nog een keer met je. Je mag deze dan nog aanpassen. Wil je je keuze al eerder aanpassen, dan kan dit ook in overleg met je studiecoach.

Het kan gebeuren dat een bepaald keuzedeel niet doorgaat. Bijvoorbeeld als te weinig studenten het keuzedeel hebben gekozen. In de tabel kun je zien hoeveel studenten er mee moeten doen om het keuzedeel door te laten gaan.

2.3 Studiebelasting (SBU) in uren BOL

Een mbo-opleiding neemt gemiddeld 1600 uur per jaar van jouw tijd in beslag.

Van deze 1600 uur zijn 1000 uur verplichte, door school ingeroosterde onderwijsuren. Deze zijn een combinatie van lesuren op school (dit heet begeleide onderwijstijd (BOT)) en stage-uren in de praktijk (dit heet Beroepspraktijkvorming (BPV)). De andere 600 uur zijn bedoeld voor zelfstudie zoals huiswerk en het leren voor toetsen en examens.

Voor jouw opleiding gelden de volgende uren voor BOT en BPV.

Totaal: 4800 uur:

  • waarvan 1680 uur begeleide onderwijstijd (BOT) 

  • waarvan 1320 uur beroepspraktijkvorming (BPV) 

  • waaronder 720 keuzedelen, verwerkt in de bovenstaande BOT- en BPV-uren

  • waarvan 1800 uur zelfstudie

Bij Summa denken we niet in leerjaren maar in fases van jouw ontwikkeling waarbij je een persoonlijke leerroute volgt. Het is mogelijk om de opleiding sneller af te ronden. Dit kan op basis van eerdere werk- of leerervaringen of de snelheid waarmee jij de leeruitkomsten aantoont. Afspraken hierover maak je met je studiecoach.

Deze uren worden evenwichtig verdeeld over de totale studieduur van je opleiding. Je wordt hier tijdens de opleiding over geïnformeerd.

2.4 Studiepunten en ontwikkelingsgerichte beoordeling (bij afronding)

Tijdens de opleiding volg je samen met je studiecoach en docenten jouw ontwikkeling. We doen dit met behulp van ontwikkelingsgerichte beoordelingen. Er wordt gekeken hoe het met je gaat in de verschillende cursussen en arrangementen. Je leert om goed naar jezelf te kijken (te reflecteren) en uitspraken te doen over jouw eigen functioneren.

Elke cursus staat voor 3 of 5 studiepunten, of een veelvoud daarvan. Dit is afhankelijk van de inhoud en de grootte van de cursus. In het blokkenschema zie je deze studiepunten per cursus terug. Studiepunten worden toegekend aan een cursus na afronding of afsluiting van de betreffende cursus, als je de leeruitkomsten hebt aangetoond (of het afsluitende examen hebt behaald).

Tijdens de opleiding volg je samen met je studiecoach en docenten jouw ontwikkeling. We doen dit met behulp van ontwikkelings-gerichte beoordelingen. Er wordt gekeken hoe het met je gaat in de verschillende cursussen en arrangementen. Je leert om goed naar jezelf te kijken (te reflecteren) en uitspraken te doen over jouw eigen functioneren.

Jij kunt cursussen van jouw opleiding afronden door: 

  • één of meerdere toetsen 

  • het verzamelen van een set van bewijzen die de leeruitkomsten van de cursus aantonen 

2.5 Bindend studieadvies

Het geven van een bindend studieadvies (BSA) tussen de negen en twaalf maanden na start van de opleiding is een wettelijke verplichting in het mbo. Bij Summa wordt het negatief BSA vóór 15 mei afgegeven, als je in augustus bent gestart. Er is dan voldoende tijd om naar een passende oplossing binnen de opleiding of samen naar een andere opleiding te zoeken. Wanneer jouw opleiding niet in augustus/september start, maar bijvoorbeeld in november of februari, wordt 10 maanden na de daadwerkelijk startdatum van de opleiding een BSA afgegeven. Let op: bij individuele instroom in een lopende opleiding geldt de BSA-datum van de opleiding conform de OER. Jouw studiecoach bespreekt het studieadvies met jou en plaatst het in het studenten-ouderportaal van Eduarte.

Een negatief BSA mag niet als een verrassing komen. Daarom krijg je gedurende het jaar minimaal twee voorlopig studieadviezen (VSA’s). Volg je een eenjarige opleiding dan krijg je één voorlopig studieadvies. Vraag aan jouw studiecoach wanneer je een gesprek krijgt over je studieadvies.

Je krijgt een positief voorlopig studieadvies als je voldoet aan:

  1. Eerste voorlopige studieadvies in december; cursussen: Beroepshouding basis, Communicatie in de beveiliging 1, Project toezichthouder, Waarnemen. Minimaal 15 evenementenuren hebben gemaakt.
  2. Tweede voorlopige studieadvies in maart; cusussen: Communicatie in de beveiliging 2, Weerbaarheid, Observeren op afwijkend gedrag, Preventieve vaardigheden basis, Dienstverlening. Daarnaast moet je de diagnostische toets van Basiskennis Beveiliging hebben behaald. Minimaal 30 evenementenuren hebben gemaakt.

Je krijgt een positief bindend studieadvies in mei als je voldoet aan: klaar zijn met de volgende cursussen: Soft skills, Beroepshouding gevorderd, Rapporteren basis, Security questioning, Preventieve vaardigheden gevorderd, repressieve vaardigheden. Daarnaast moet je de diagnostische toets hebben behaald van Wet- en regelgeving in het werkveld. Daarbij moet je van Nederlands de examens spreken en gesprekken voeren en het keuzedeel Digitale vaardigheden hebben gemaakt. Minimaal 50 evenementenuren

Uitleg:

VSA1 - Voor de kerstvakantie krijg je het eerste voorlopige studieadvies. Om een positief studieadvies te krijgen moet je voldoen aan de basisberoepshouding en je moet de volgende cursussen hebben behaald: Beroepshouding basis, Communicatie in de beveiliging 1, Project toezichthouder, Waarnemen. Je moet minimaal 15 uren op evenementen hebben gemaakt.

VSA2: - In maart krijg je het tweede voorlopige studieadvies. Om een positief studieadvies te krijgen moet je een goede beroepshouding hebben en moet je de volgende cursussen hebben behaald: Communicatie in de beveiliging 2, Weerbaarheid, Observeren op afwijkend gedrag, Preventieve vaardigheden basis, Dienstverlening. Daarnaast moet je de diagnostische toets van Basiskennis Beveiliging hebben behaald. Je moet minimaal 30 uren op evenementen hebben gemaakt.

BSA - (tussen 1 en 15 mei, wanneer de opleiding niet in augustus/september is gestart, maar bijvoorbeeld in november of februari, wordt 10 maanden na de daadwerkelijk startdatum van de opleiding een BSA afgegeven en bij individuele instroom in een lopende opleiding geldt de BSA-datum van de opleiding conform de OER): Om een positief bindend studieadvies te krijgen moet je klaar zijn met de volgende cursussen: Soft skills, Beroepshouding gevorderd, Rapporteren basis, Security questioning, Preventieve vaardigheden gevorderd, repressieve vaardigheden. Daarnaast moet je de diagnostische toets hebben behaald van Wet- en regelgeving in het werkveld. Daarbij moet je van Nederlands de examens spreken en gesprekken voeren en het keuzedeel Digitale vaardigheden hebben gemaakt. Je moet minimaal 50 uren op evenementen hebben gemaakt.

Een Bindend Studieadvies kan positief of negatief zijn. Een BSA wordt alleen gegeven op basis van de studievoortgang. Bij een negatief studieadvies gaan we met jou in gesprek en begeleiden we jou naar een passende opleiding of oplossing.

3. Hoe ziet de afsluiting eruit?

3.1 Afsluiting bij Summa

Afsluiten betekent dat je de leeruitkomsten aantoont voor het behalen van je diploma (kwalificerend). In het examenplan vind je een overzicht van de afsluitingen bij jouw opleiding.

3.2 Afsluiten keuzedelen

De examens van de Summabrede keuzedelen zijn opgenomen in een apart examenprogramma en vind je hier: keuzedelen.


Je doet alleen examen in de keuzedelen die je gevolgd hebt. Als je besluit om een keuzedeel te volgen dat verbonden is aan een andere opleiding, dan kun je het examenprogramma van dat keuzedeel in de OER van die opleiding vinden.

Diploma-eis
Om in aanmerking te komen voor het diploma moet je met de keuzedelen aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het gemiddelde van de resultaten van de geëxamineerde keuzedelen binnen de keuzedeelverplichting moet tenminste een 6 of voldoende zijn;
  • voor minstens de helft van deze keuzedelen moet je minimaal een 6 of voldoende halen;
  • Een keuzedeelresultaat mag nooit lager zijn dan een 4 of een onvoldoende.

3.3 Afsluiten Nederlands en rekenen

Voor lezen en luisteren Nederlands leg je een centraal examen (CE) af. De overige examens Nederlands en rekenen zijn instellingsexamens (IE).
In het examenprogramma zie je uit welke onderdelen Nederlands en rekenen en Engels bestaan en op welk niveau je afsluit.

3.3.1 Kiezen voor een hoger niveau

Je kunt kiezen voor examinering op een hoger niveau voor de generieke vakken. Dit moet je schriftelijk aanvragen. Let op: dit betekent niet dat je meer examengelegenheden krijgt.
Meer info hierover kun je vinden op Regelingen Summa (paragraaf algemene exameneisen Nederlands, Engels en rekenen).

3.3.2 Landelijke eisen Nederlands en rekenen

Voor de cijferberekening en de herkansing zijn aparte regelingen. Het eindcijfer generiek Nederlands wordt als volgt berekend:
 

  1. resultaat lezen en resultaat luisteren worden gemiddeld tot tussenresultaat A;
  2. resultaat schrijven, resultaat gesprekken voeren en resultaat spreken worden gemiddeld tot tussenresultaat B;
  3. eindresultaat: tussenresultaat A en tussenresultaat B worden gemiddeld.

3.3.3 Diploma-eis

Niveau 3

  • Cijfer voor Nederlands ten minste een 5 mits voor rekenen ten minste een 6 behaald is of andersom.
  • Niveau NL = 2F
  • Niveau rekenen= rekenniveau 3

3.4 Afsluiten loopbaanontwikkeling en begeleiding (LOB)

Bij het afsluiten van je opleiding bespreekt de studiecoach of je voldoende hebt gedaan om aan deze onderdelen te werken. Dit noemen we de inspanningsverplichting. Dit gebeurt meestal tijdens een uitstroom- of doorstroomgesprek.

Tijdens je opleiding moet je voldoen aan de hieronder beschreven punten:

Tijdens jouw opleiding ben jij ook bezig met jouw loopbaan. Je werkt op school en tijdens jouw stage aan jouw beroepshouding. Gedurende verschillende onderdelen van de opleiding moet je hier ook op gaan reflecteren. Je gaat dus kijken naar jouw eigen handelen in verschillende situaties. Deze reflecties lever je volgens afspraak dan ook in. Daarnaast ben jij tijdens jouw opleiding aan de leiding. Je onderhoud (pro)actief contact met jouw coach en neemt verantwoordelijkheid over jouw opleiding.

Toon voor de onderdelen van LOB de leeruitkomsten aan, voer de opdrachten uit en lever deze aan als bewijs van inspanning.

3.5 Afsluiten burgerschap

Voor burgerschap geldt een inspanningsverplichting. Bij het afsluiten van je opleiding bespreekt de docent of je voldoende hebt gedaan om aan deze onderdelen te werken. Dit noemen we de inspanningsverplichting. Tijdens je opleiding moet je voldoen aan de hieronder beschreven punten: 

Tijdens het werken aan deze cursus leer je de volgende vaardigheden: Intra- en interpersoonlijke vaardigheden in relatie tot burgerschap De praktische vaardigheden die in het mbo aandacht krijgen, zijn veelal intrapersoonlijke of interpersoonlijke vaardigheden. Het beschikken over intrapersoonlijke vaardigheden betekent dat iemand zichzelf goed begrijpt en effectief kan functioneren als individu (denk aan emotieregulatie, motivatie, leefstijl).

Interpersoonlijke vaardigheden zijn vaardigheden die nodig zijn om effectief en respectvol met anderen om te gaan (denk aan samenwerking, communiceren, conflict oplossen en empathie). Deze vaardigheden zijn echter niet per se burgerschapscompetenties. Zo zijn niet alle interpersoonlijke vaardigheden ook burgerschapsvaardigheden: aardig zijn kan wel handig zijn voor ‘burgerschap’ maar dat is niet in alle gevallen zo. Soms kan het wenselijker zijn om ‘te benoemen waar het op staat'.

Maar burgerschap staat zeker niet los van praktische vaardigheden. Praktische vaardigheden en burgerschap versterken elkaar. Bijvoorbeeld: om deel te nemen aan maatschappelijke discussies is (enige mate van) zelfregulatie noodzakelijk. Politieke participatie wordt versterkt op het moment dat mensen het gevoel hebben dat zij voldoende in staat zijn tot zelfregulatie en het vertrouwen hebben in eigen kunnen om deel te nemen aan de politiek en de samenleving.

Samen met de vaardigheden werk je ook aan de volgende leeruitkomsten:

Thema A: Verschil en gelijkwaardigheid
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe mensen en groepen verschillend mogen zijn én hoe pluraliteit begrensd wordt vanwege het principe van gelijkwaardigheid.
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe in- en uitsluiting werkt en hoe verschil en gelijkwaardigheid daarmee samenhangen.
VER:De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen bij de spanning tussen verschil en gelijkwaardigheid en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
ERV:De student verkent (eigen) ervaringen en onderneemt activiteiten binnen spanningen tussen verschil en gelijkwaardigheid en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
SP:De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar verschil en gelijkwaardigheid op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.

Thema B: Individu en groep
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe spanning kan ontstaan tussen individuele en collectieve belangen.
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe overheden en gemeenschappen via regels omgaan met spanningen tussen individuele en collectieve belangen
VER:De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe het (tijdelijke) evenwicht tussen individuele en collectieve belangen wordt bepaald en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
ERV:De student verkent (eigen) ervaringen met en onderneemt activiteiten binnen spanningen tussen individuele en collectieve belangen en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
SP:De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar individuele en collectieve belangen op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.

Thema C: Maatschappijvisies en maatschappelijke vraagstukken
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe vanuit verschillende maatschappijvisies gekeken kan worden naar maatschappelijke vraagstukken en bijbehorende oplossingsrichtingen.Toon voor de onderdelen van Burgerschap de leeruitkomsten aan, voer de opdrachten uit en lever deze aan als bewijs van inspanning. 
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe actie, beleid en regelgeving beogen bij te dragen aan (deel)oplossingen van maatschappelijke vraagstukken.
VER:De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen vorm krijgen en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
ERV:De student verkent (eigen) ervaringen met verschillende maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
SP:De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken en oplossingsrichtingen en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.

Thema D: Macht en besluitvorming
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn.
KD:De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe macht zich manifesteert en kan worden begrensd door democratische en rechtsstatelijke principes.
VER:De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
ERV:De student verkent (eigen) ervaringen met vormen van macht en besluitvorming en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
SP:De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij het uitoefenen van macht en invloed ten aanzien van besluitvorming en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.

KD= kennisdoel, VER= veranderbaarheid, ERV=ervaring, SP=standpuntvorming

3.6 Afsluiten BPV

Beoordeling en criteria voor voldoende 

Om de niveau 2 BPV af te kunnen ronden moet je een digitaal werkboek met praktijkopdrachten afronden. In overleg met jouw leerbedrijf bepaal je welke opdrachten jij kunt en gaat uitvoeren. Deze opdrachten moeten worden goedgekeurd door de praktijkopleider.

Daarnaast moet jij minimaal een voldoende krijgen voor jouw beroepshouding. Tijdens jouw stage krijg je een tussentijdse beoordeling en eindbeoordeling op de beroepshouding. Zo weet jij halverwege jouw stage aan welke punten je eventueel nog moet werken.

Daarnaast moet je voor de niveau 3 BPV werken aan praktijkopdrachten. Deze praktijkopdrachten, uitgegeven door de SVPB, gaan over taken die jij als Beveiliger 3 zou kunnen uitvoeren. Als laatste moet jouw praktijkbegeleider de bijbehorende voortgangstabel invullen. Deze gaat gepaard met een beoordeling op beroepshouding.

Diploma-eis 

Om je diploma te behalen, heb je een voldoende beoordeling nodig voor de bpv. 
Het kan zijn dat je een aantal examens aflegt bij het bedrijf waar je de bpv uitvoert. Dit staat los van de beoordeling van de bpv. 

3.7 Overzicht examens

  

3.7.1 Overzicht Examenprogramma

Hieronder vind je een overzicht van het examenprogramma.

De exacte tijdsduur van de generieke examens is terug te vinden in het examen instrument.

De slaag-/zakregeling voor de kerntaken is als volgt: alle examens die onderdeel uitmaken van een kerntaak moeten met minimaal het oordeel voldoende of een cijfer van 5,5 zijn afgerond. Alleen wanneer aan deze voorwaarde is voldaan, kan voor de betreffende kerntaak het eindresultaat voldoende worden vastgesteld.

Overzicht examenprogramma

3.7.2 Afkortingen in examenprogramma

Binnen de opleiding kun je te maken krijgen met verschillende vormen van examineren. Een voorbeeld hiervan is een Proeve van Bekwaamheid. In de Proeve van Bekwaamheid laat je zien dat je de taken die je moet uitvoeren in je beroep goed kunt uitvoeren. Ook kun je een examen krijgen waarin kennis (kennisexamen) of vaardigheden (vaardigheidsexamen) worden geëxamineerd.

Hier lees je wat de afkortingen in het examenprogramma betekenen:

PVB

Proeve van Bekwaamheid

PVB+CGI

Proeve van Bekwaamheid met criteriumgericht interview

PVB+VG

Proeve van Bekwaamheid met verantwoordingsgesprek

SKE

Kennisexamen schriftelijk

WSV+CGI

Werkstuk/-verslag met criteriumgericht interview

WSV+VG

Werkstuk/-verslag met verantwoordingsgesprek

VEX

Vaardigheidsexamen

PEX

Praktijkexamen

CEX

Casusexamen

MVE

Mondeling vaardigheidsexamen

SVE

Schriftelijk vaardigheidsexamen

PAS+CGI

Portfolio-assessment met criteriumgericht interview

PAS+VG

Portfolio-assessment met verantwoordingsgesprek

LK

Lerend Kwalificeren

IE

Instellingsexamen

COE

Centraal ontwikkeld examen

PRS

Presentatie (bij keuzedelen)

3.8 Aanvullende voorwaarden examens

Om deel te mogen nemen aan de examens, moet je in het bezit zijn van een geldig identiteitsbewijs. Deze moet jij tijdens het examen bij je hebben. Een foto of afdruk is niet geldig. Daarnaast is het verplicht een werk- of schooluniform aan te hebben tijdens je examens. Indien je deze niet aan hebt kun je worden geweigerd van deelname aan het examen.

Proeven in de praktijk kan alleen met een behaald certificaat B (Waarnemen, Wet- en Regelgeving in het werkveld en Basiskennis beveiliging) en positief afgeronde BPV-beoordeling en de daaraan gekoppelde praktijkopdrachten.

Voor keuzedelen kunnen er voorwaardelijke opdrachten of eisen zijn opgenomen in het programma, afhankelijk van jouw keuze kan dit verschillen.

Voor de praktijkexamens K1 en K2 heb je goedgekeurde praktijkopdrachten nodig samen met de ingevulde voortgangstabellen K1 en K2.

Voor alle SVPB-examens wordt de eerste kans door de opleiding betaald, een herkansing komt voor eigen rekening. Indien je de opleiding niet behaald binnen de reguliere tijd en je examenkandidaat wordt, vervalt deze kans en betaal je alle nog openstaande SVPB-examens zelf.

3.9 Planning van Examens

Voor ieder examen heb je twee gelegenheden (kansen) om een voldoende resultaat te halen. Je ontvangt een planning van je studiecoach. Als je hiervan wilt afwijken, overleg dan met de coach. Dit zal niet altijd mogelijk zijn.

Onderstaande examens plan je altijd zelf in:

  • Centraal examen NL (niveau 2, 3, 4)
  • Instellingsexamen Rekenen (niveau 2, 3, 4)
  • Centraal examen Engels (niveau 4)

. Voor de volgende geldt dit ook:

Voor de CE-examens Nederlands lezen en luisteren plan je altijd zelf het moment en de locatie. Voor de volgende geldt dit ook:

  • alle andere examens

3.10 Veel voorkomende vrijstellingen

Misschien kom je in aanmerking voor een vrijstelling voor delen van de opleiding, omdat je die al ergens anders hebt afgerond. Vrijstelling kun je krijgen voor: onderwijs en/of examen:

  • Een vrijstelling voor delen van het onderwijsprogramma vraag je aan via de studiecoach. Je vraagt vrijstelling aan met een goede onderbouwing.
  • Voor vrijstellingen voor het examen neem je eerst contact op met je studiecoach. Via hem/ haar kun je een aanvraagformulier krijgen. Je vrijstellingsverzoek moet altijd goed onderbouwd zijn. Je dient het in bij de examencommissie. De examencommissie keurt jouw aanvraag goed of af.

In het examenreglement kun je meer lezen over de vrijstellingsregeling voor examens. Als je een vrijstelling krijgt, maken we afspraken over hoe jouw onderwijsprogramma eruit komt te zien.

3.11 Regelingen met betrekking tot examens

Summa heeft een examenreglement. In dit document worden alle regels rondom de examens beschreven. Hier vind je bijvoorbeeld wat je moet doen als je het niet eens bent met een uitslag van het examen of van welke voorzieningen je gebruik mag maken als je hiervoor in aanmerking komt.

4. Wanneer krijg je een diploma?

Je krijgt je diploma als je aan de onderstaande eisen hebt voldaan:

Diploma-eis

Geslaagd/gezakt

Kerntaken

Minimaal een voldoende of minimaal een 6 voor het oordeel per kerntaak.

Nederlands, rekenen, eventueel Engels

Entree

  • Niveau NL = 1F/2F/3F
  • Deelname aan instellingsexamens is verplicht, maar uitslag van het examen Nederlandse taal telt niet mee in de diplomabeslissing in de entreeopleiding.
  • Rekenen is een inspanningsverplichting waarin een meting van de rekenontwikkeling een vereiste is. De inspanningsverplichting wordt gewaardeerd met Voldaan.

Niveau 2

  • Cijfer voor Nederlands ten minste een 5 mits voor rekenen ten minste een 6 behaald is of andersom.
  • Niveau NL = 2F
  • Niveau rekenen = rekenniveau 2

Niveau 3

  • Cijfer voor Nederlands ten minste een 5 mits voor rekenen ten minste een 6 behaald is of andersom.
  • Niveau NL = 2F
  • Niveau rekenen= rekenniveau 3

Niveau 4

  • Cijfer voor Nederlands ten minste een 5 mits voor Engels èn rekenen ten minste een 6 behaald is of elke andere volgorde.
  • Niveau NL = 3F
  • Niveau rekenen= rekenniveau 4
  • Niveau ENG = B1 (CE)/A2 (IE)

Loopbaan en Burgerschap

Voldaan aan de inspanningsverplichting.

BPV

Met positieve beoordeling voltooid, waarbij oordeel leerbedrijf is betrokken.

Keuzedelen

Om in aanmerking te komen voor het diploma moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het gemiddelde van de resultaten van de geëxamineerde keuzedelen binnen de keuzedeelverplichting moet tenminste een 6 of "voldoende" zijn;
  • Voor minimaal de helft van deze keuzedelen moet het resultaat tenminste een 6 of "voldoende" zijn;
  • Een keuzedeelresultaat mag nooit lager zijn dan een 4 of een "onvoldoende".

 
Cum Laude

Summa heeft een Cum Laude-regeling. Deze is opgenomen in het examenreglement.

5. Met welke regelingen krijg je te maken bij Summa?

Summa heeft diverse regelingen die van belang zijn voor jou als student zoals bijvoorbeeld het Studentenstatuut, de klachtenregeling, gebruik van ICT. Dit kun je vinden op Regelingen Summa.